Ontruimen

Brand, wateroverlast, stroomuitval, een ongeval met gevaarlijke stoffen, een bommelding of een gaslek: op elke werkplek kan een incident plaatsvinden dat de veiligheid van de mensen in en rond het gebouw direct bedreigt. Op zo’n moment is een goede, snelle ontruiming van het gebouw van levensbelang. Als werkgever moet je zorgen voor een goede alarmering en evacuatie van alle aanwezigen (ook niet-werknemers), zodat iedereen zo snel mogelijk in veiligheid wordt gebracht. Maar hoe pak je dat goed aan, een goede ontruiming? NIBHV helpt je graag.

Als mensen zijn we ‘voorgeprogrammeerd’ om intuïtief weg te vluchten zodra we door hebben dat we in gevaar zijn. Maar we zijn ons niet altijd direct bewust van het feit dat er gevaar dreigt. Ook weten we vaak niet goed hoe we het gevaar moeten ontvluchten. En dat is nou juist wat je wilt voorkomen als er iets gebeurt in een gebouw waar mensen werken, wonen of op bezoek zijn. Je wilt een gebouw dan tijdig en op een veilige manier ontruimen.

Om een veilige ontruiming mogelijk te maken, is het in de eerste plaats belangrijk dat er in een gebouw voorzieningen zijn voor alarmering, brandveiligheid en ontruiming. Daarnaast moeten er voldoende, goed getrainde bhv’ers zijn, die de juiste aanwijzingen kunnen geven en die ervoor zorgen dat iedereen veilig het pand kan verlaten.

 

 

Voorbereiding op een ontruiming

Een succesvolle ontruiming staat of valt met een goede ontruimingsprocedure. Daarin staat bijvoorbeeld omschreven hoe de alarmering precies plaatsvindt en hoe mensen veilig naar de verzamelplaats worden geleid. Een goede, duidelijke ontruimingsprocedure zorgt ervoor dat iedereen weet wat hij moet doen in geval van nood.

Belangrijke vragen

Om je goed voor te bereiden op een ontruiming en te komen tot een goede ontruimingsprocedure, is het belangrijk om jezelf de volgende vragen te stellen:

  • Welke incidenten binnen de organisatie kunnen leiden tot een ontruiming? Op welke scenario’s moeten we zijn voorbereid?
  • Hoe zelfredzaam zijn de mensen in je gebouw? Kennen ze het gebouw? Weten ze wat ze moeten doen als het ontruimingssignaal afgaat? Hebben ze begeleiding nodig bij de ontruiming?
    In bhv als veiligheidsmotor wordt beschreven hoe de bhv kan bijdragen aan het vergroten van de zelfredzaamheid.
  • Zijn er potentiële omstanders die de bhv kunnen helpen? Zoals medewerkers, maar wellicht ook bezoekers of medewerkers van buurbedrijven?
  • Wat moet er worden ontruimd?
  • Hoeveel tijd heb je om te ontruimen?
  • In welke volgorde moet je ontruimen?
  • Welke brandveiligheids- en ontruimingsvoorzieningen en -middelen (zoals vluchtwegaanduidingen en evacuatiestoelen) kan je gebruiken?

Om je te helpen bij het goed voorbereiden van een ontruiming, hebben we een voorbeeld-ontruimingsplan gemaakt. Dit kan je gebruiken als basis voor een op maat gesneden ontruimingsplan voor je eigen organisatie. Zo’n ontruimingsplan omvat – naast de ontruimingsprocedure – alle andere relevante informatie. Denk hierbij aan plattegronden, een overzicht van de opkomsttijden van de hulpdiensten en eventuele afspraken met buurbedrijven.

 

Taken van de bhv bij een ontruiming

De bedrijfshulpverlening speelt een belangrijke rol bij een daadwerkelijke ontruiming. De bhv’ers begeleiden de ontruiming, controleren of iedereen uit het gebouw is, en zien erop toe dat het gebouw veilig is achtergelaten. In de bhv-cursus leren je bhv’ers precies hoe zij dat op een veilige manier kunnen doen. Ook is het belangrijk om de ontruiming geregeld te oefenen.

bhv ontruimenNiet-zelfredzame mensen

Het kan voorkomen dat er in een gebouw mensen aanwezig die niet-zelfredzaam zijn. Bijvoorbeeld omdat ze bedlegerig zijn of het gebouw niet goed kennen. Niet-zelfredzame mensen moeten bij een ontruiming worden begeleid door het personeel of de bhv. Maak daarom van tevoren goede afspraken over hoe deze mensen geëvacueerd worden. En zorg zo nodig voor speciale hulpmiddelen, zoals een evacuatiestoel, een evacuatiematras en/of een vluchtladder. Sommige verminderd zelfredzame personen kunnen zichzelf prima redden bij een ontruiming als ze daarop zijn voorbereid en de juiste brandveligheidsvoorzieningen aanwezig zijn.

 

Zorg voor een goede zichtbaarheid

In gebouwen als winkels, zorginstellingen, ziekenhuizen, horeca-panden, theaters en beursgebouwen zijn altijd mensen aanwezig die niet op de hoogte zijn van de ontruimingsprocedure. Zeker in deze situaties moet de bhv goed herkenbaar zijn en deze mensen instrueren en begeleiden.

 

Voorzieningen en middelen voor brandveiligheid en ontruiming

Elk gebouw moet voldoen aan de wettelijke eisen aan brandveiligheidsvoorzieningen. Zo moeten er voldoende rookmelders en blusmiddelen aanwezig zijn. Ook moeten er voorzieningen zijn die een ontruiming versnellen, zoals vluchtrouteborden en nooduitgangen.

Heeft jouw bedrijf of organisatie een verplichte brandmeldinstallatie? Dan moet je ook een ontruimingsalarminstallatie en een ontruimingsplan hebben.

 

Instructie en voorlichting aan medewerkers

Natuurlijk moeten bhv’ers goed weten wat ze bij een ontruiming moeten doen. Maar ook ‘gewone’ medewerkers moeten weten wat er bij een ontruiming van hen verwacht wordt.

Als werkgever ben je (op grond van artikel 8 van de Arbowet) verplicht je werknemers hierover voor te lichten en te instrueren. Medewerkers moeten weten:

  • wie de bhv’ers zijn;
  • wat hun taken zijn bij een ontruiming;
  • hoe zij zelf een incident kunnen melden;
  • hoe de bhv wordt gealarmeerd.

Goede voorlichting en instructie maken mensen bewust dat ze op een juiste en veilige manier kunnen reageren als er daadwerkelijk een incident plaatsvindt. De informatie over de ontruimingsprocedure kan je vastleggen op een instructiekaart of in een ontruimingsplan.

 

Ontruimen moet je oefenen

Heb je een goede ontruimingsprocedure? Zijn je bhv’ers op de hoogte van hun taken? En heb je ook je medewerkers goed geïnstrueerd over wat ze moeten doen bij een ontruiming? Dan is het belangrijk dat je regelmatig met elkaar oefent. Zo zorg je ervoor dat iedereen snel en adequaat reageert zodra er daadwerkelijk ontruimd moet worden.

Advies: minimaal één keer per jaar

Om medewerkers veilig te laten ontruimen als dat nodig is, adviseert zowel de Inspectie SZW als NIBHV om minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening te houden. Het is het beste om te beginnen met een eenvoudige oefening. Neem de eigen ontruimingsprocedures als uitgangspunt, en gebruik scenario’s die daadwerkelijk in het bedrijf (kunnen) voorkomen. Bouw de moeilijkheidsgraad van de oefeningen op.

Laat de bhv’ers ook oefenen met hun eigen procedure bij een ontruiming. Ook daarbij is het belangrijk de moeilijkheidsgraad op te bouwen.

Oefenvormen

Een ontruimingsoefening vindt idealiter plaats op de werkplek, aan de hand van realistische scenario’s die ook daadwerkelijk kunnen optreden binnen de organisatie. Het hoeft dus per se niet om een ‘grote ramp’ te gaan; kleinschalig oefenen met het verlenen van eerste hulp en/of met ontruimen (al dan niet met inzet van lotusslachtoffers) kan, afhankelijk van de grootte van de organisatie, al erg nuttig en effectief zijn.

Daarnaast kan het heel waardevol zijn om regelmatig (voorafgaand aan een praktijkoefening) ‘droog’ te oefenen. Een zogenoemde tabletop-oefening is daarvoor een handig hulpmiddel.

Handige whitepaper

Onze whitepaper Herhalen en oefenen bevat allerlei tips & tricks voor het opzetten van een goede oefening. Het oefenen van de ontruimingsinstructies door medewerkers, samen met de bhv, geeft iedereen het vertrouwen dat een echte ontruiming veilig en efficiënt zal verlopen.

 

Samenwerking (oefenen) met hulpverleningsdiensten

De bhv verleent hulp tot de hulpverleningsdiensten zijn gearriveerd. Door samen te oefenen kunnen de procedures van de bhv en de brandweer goed op elkaar worden afgestemd. Informeer bij de brandweer of het mogelijk is om samen te oefenen.

 

Gerelateerde cursussen en masterclass

De bhv heeft een belangrijke voorpostfunctie voor de hulpverleningsdiensten. De bhv treedt op totdat de professionele hulpverleners er zijn. Voordeel is uiteraard dat de bhv’ers al op de werkplek aanwezig zijn en dus snel kunnen ingrijpen totdat de ambulance, de brandweer of de politie er is. Als besloten is tot een ontruiming moet de bhv binnen een paar minuten kunnen beginnen met het alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen in het bedrijf.

Bij een brand of ander incident kan het volledige gebouw, maar ook een gedeelte van het gebouw worden bedreigd. Of je het gebouw gedeeltelijk of helemaal moet ontruimen, wordt bepaald door de aard en omvang van het incident en door het gegeven of mensen zelfstandig in een gebouw zijn en dus ook zelfstandig naar buiten kunnen of dat zij bij een ontruiming afhankelijk zijn van anderen.

Nadat je gealarmeerd bent als bhv’er moet je binnen 2 tot 3 minuten op de plek van het incident zijn. De snelheid van rookverspreiding en brandontwikkeling bepalen hoe snel er ontruimd moet worden. De brandweer zal in de meeste situaties binnen 8 minuten aanwezig zijn.

De tijd die nodig is om te ontruimen verschilt per gebouw en hangt samen met de mate waarin de aanwezigen zelfstandig het gebouw kunnen verlaten.

De ontruimingstijd van een gebouw met een verdieping is minder dan een gebouw met bijvoorbeeld 12 verdiepingen. De ontruiming van een verpleegafdeling met 20 bed gebonden patiënten kost meer tijd dan de ontruiming van een afdeling met 10 bed gebonden patiënten.

De volgorde van de ontruiming van een gebouw is afhankelijk van de mogelijke rookverspreiding en branduitbreiding.

Dat hangt af van de gebruiksfunctie van het gebouw. Het Bouwbesluit/ Besluit bouwwerken leefomgeving onderscheidt verschillende categorieën van zogenoemde gebruiksfuncties van een gebouw. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een woonfunctie, gezondheidszorgfunctie of industriefunctie. Voor elke gebruiksfunctie gelden specifieke eisen, ook aan de aanwezige brandpreventieve voorzieningen. Is vanuit de gebruiksfunctie volgens het Bouwbesluit een brandmeldinstallatie verplicht? Dan zijn ook een ontruimingsalarminstallatie en een ontruimingsplan verplicht.

Wil je weten of dat voor jouw gebouw geldt? De brandweer ziet hier op toe en kan je hier meer over vertellen. Je kunt ook ons overzicht gebruiken.

Het aantal bhv’ers is afhankelijk van de incidentscenario’s die kunnen optreden waarbij een ontruiming noodzakelijk is. Bepaal de plaats waar ze in het bedrijf kunnen optreden. Stel de (ontruimings-)doelen vast van het betreffende scenario. Een voorbeeld van een doel is om bij brand binnen 10 minuten iedereen in veilig gebied te brengen.

Neem in de incidentscenario’s de feitelijke situatie in het bedrijf als uitgangs­punt. Inventariseer de bouwkundige situatie en (installatie)technische brandveiligheidsvoorzieningen. Het verloop van een incident kan worden beïn­vloed door de samenhang tussen deze bouwkenmerken, menskenmerken, omgevingskenmerken, brand- en rookkenmerken en de inzetkenmerken van de bhv-organisatie.

Houd in de incidentscenario’s rekening met het aantal aanwezigen: werknemers en bezoekers en de mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen. Houd, als dat relevant is, ook rekening met de zorgplicht voor derden. Zijn er veel mensen die hulp nodig hebben bij een ontruiming? Dan kan het soms noodzakelijk zijn om álle personeelsleden (en dus niet alleen de bhv’ers) een ontruimingstaak te geven. Bij een modern gebouw met bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie is er meer tijd om te ontruimen dan een oud complex gebouw met niet-zelfredzame personen. In het laatste geval dient de bhv-organisatie erop berekend zijn om op tijd veilig te ontruimen.

Bepaal de opkomst- en responsetijd voor de bhv. Bhv’ers moeten zo snel mogelijk na de melding van een brand of ander incident kunnen optreden. Hun inzet duurt tot het moment dat professionele hulpverleners arriveren en de hulpverlening overnemen.

Het is belangrijk om te testen of de gestelde doelen van een ontruiming bereikt kunnen worden. Praktijkoefenin­gen op basis van de incidentscenario’s geven inzicht in realistische tijden en kun­nen leiden tot een aanpassing van het aantal bhv’ers dat nodig is om het doel van een ontruiming te behalen.

Dat is afhankelijk van de benodigde bhv’er om een ontruiming veilig te laten verlopen. Zijn er veel mensen die hulp nodig hebben bij een ontruiming? Dan kan het soms noodzakelijk zijn om álle personeelsleden (en dus niet alleen de bhv’ers) een ontruimingstaak te geven.

Mensen zijn bij incidenten bereid om spontaan hulp te bieden. En uiteraard mag de bhv-organisatie gebruik van maken van hulp die zij kunnen bieden, bijvoorbeeld voor het begeleiden van minder redzame personen. Het is zelfs mogelijk om vooraf met medewerkers of niet-werknemers (die in de buurt werken) afspraken te maken en ze goede voorlichting en instructie te geven.

De bedrijven/organisatie moeten altijd zelf de bhv (eigen medewerkers) geregeld hebben. De bhv-organisatie kan wel samenwerken met buurbedrijven, bijvoorbeeld door wederzijdse afspraken te maken over de inzet van bhv’ers, hulp van hun medewerkers, ontruimingsmiddelen en de opvang van mensen (bijvoorbeeld in hun restaurant bij slecht weer). Bij verzamelgebouwen moet je vaak samenwerken om tot een veilige ontruiming te komen.

In artikel 3.6 t/m 3.10 van het Arbobesluit staat aan welke eisen het gebouw moet voldoen aan voorzieningen in noodsituaties? Het gaat dan om eisen aan:

  • (veilig gebruik van) vluchtwegen en nooduitgangen (geldt voor alle arbeidsplaatsen);
  • brandmelding en brandbestrijding (geldt voor alle arbeidsplaatsen);
  • noodverlichting (geldt voor arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van het kunstlicht aan bijzondere gevaren zijn blootgesteld);
  • reddingsmiddelen voor drenkelingen (geldt voor arbeidsplaatsen waar gevaar voor verdrinking bestaat).

De Arbowet verplicht (artikel 3 en 15) dat de werkgever doeltreffende maatregelen moet treffen om in noodsituaties alle werknemers en andere personen van in het bedrijf of de inrichting te alarmeren en te evacueren. Een van de maatregelen kan een verzamelplaats zijn. Als een brandmeldinstallatie verplicht is dan moet er een ontruimingsplan zijn.

Ja. De ontruimingsprocedure maakt onderdeel uit van een bhv-plan en kan dus onderdeel uitmaken van de inspectie. De inspectie richt zich op:

  • Werkt het plan in de praktijk? Wordt er regelmatig een oefening gehouden ;inclusief (gedeeltelijke) ontruiming?
  • Hebben alle bhv’ers wel eens een ontruiming geoefend?
  • Hebben de medewerkers weet van het ontruimingsplan?
  • Zijn de medewerkers op de hoogte van de wijze van melden van een calamiteit?
  • Zijn de uit te voeren handelingen duidelijk?

Naast het herhalen voor de individuele bhv’ers is oefenen van de bhv-organisatie en medewerkers nodig. Niet voor niets adviseert NIBHV, net als de Inspectie SZW, om regelmatig een ontruimingsoefening te organiseren; minimaal één keer per jaar, liefst vaker. Op die manier is het leereffect het grootst, houd je je vaardigheden op peil, en is de kwaliteit van de bhv-organisatie te allen tijde gewaarborgd.

Staat jouw vraag er niet tussen?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.