Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden op incidenten en crises waarbij hulp van buitenaf niet direct beschikbaar is? Arjen Littooij, algemeen directeur van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, gaat in deze column in op het belang van een robuuste bhv-organisatie en de rol die bedrijven daarmee spelen in de weerbaarheid van de samenleving.
De wereld waarin we leven verandert snel en confronteert ons met een mix aan dreigingen en scenario’s. Zoals incidenten veroorzaakt door extreem weer en klimaatverandering. Denk aan de talloze natuurbranden in het afgelopen jaar in Europa en ook in Nederland. Maar ook aan minder grijpbare dreigingen zoals toenemende geopolitieke spanningen en het risico op fysieke en hybride aanslagen op vitale processen en digitale infrastructuur. Dreigingen en scenario’s die vragen om een brede maatschappelijke inspanning. Ook van bedrijven, die in de eerste plaats zijn gebaat bij een goed doordacht noodplan en een robuuste en gecertificeerde bedrijfshulpverleningsorganisatie. Dat is hun ‘verzekering voor weerbaarheid’.
72 uur zelfredzaam
Zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de samenleving zijn belangrijke basisvoorwaarden in (extreme) situaties waarin de overheid wordt overvraagd en niet op ieder moment en aan iedereen noodhulp kan verlenen. Daarom wordt van zowel burgers als het bedrijfsleven gevraagd voorbereidingen te treffen om het ten tijde van een crisis minimaal 72 uur zelf te kunnen ‘uitzingen’.
Bhv’ers als échte first responders
De rol van een gecertificeerde, goed toegeruste en parate bhv-organisatie is voor bedrijven op ieder moment van belang, want incidenten kunnen op ieder moment gebeuren. Maar dat belang is nog groter op momenten dat de overheidshulpdiensten niet direct hulp kunnen bieden. Die diensten, brandweer, politie en ambulancezorg, worden de ‘first responders’ genoemd, maar feitelijk zijn de bedrijfshulpverleners de échte first responders. Want zij zijn altijd als eerste ‘on the spot’. Om levensreddend te handelen als het moet, een beginnend brandje te bestrijden, te ontruimen en zo de effecten van een incident te beperken. Dat is ook belangrijk voor de bedrijfscontinuïteit. Een robuuste bhv-organisatie kan voor bedrijven echt verschil maken in noodsituaties, klein of groot. Op hun beurt zijn ook de overheidshulpdiensten afhankelijk van deskundige bhv’ers die hun organisatie, processen en risico’s goed kennen. De hulpverleners van de veiligheidsregio leunen bij bedrijfsincidenten sterk op die lokale kennis en deskundigheid.
Meer dan een wettelijke verplichting
Natuurlijk, het inrichten en onderhouden van een bedrijfshulpverleningsorganisatie is voor werkgevers een verplichting in de Arbowet, maar in de praktijk is het veel méér dan dat. Bedrijven moeten zich realiseren dat zij met minimale inspanningen en kosten weliswaar aan de wettelijke vereisten kunnen voldoen, maar met zo’n minimumniveau waarborgen zij niet automatisch hun veiligheid optimaal. Dat vraagt om meer: veiligheidsbewustzijn, visie, grondige planning en een op het risicoprofiel afgestemde bhv-organisatie. Certificering van bhv’ers is daarbij een belangrijk kwaliteitskenmerk, maar dat is niet het eindpunt van investeren in bhv, maar het begin. Een bhv-organisatie die er echt toe doet en in noodsituaties het verschil kan maken, is risicogericht en geprepareerd op álle typen incidenten en crises, groot en klein. Op zijn beurt draagt een aldus goed voorbereid en weerbaar bedrijf ook bij aan de weerbaarheid van de samenleving als geheel.
Samen oefenen voor weerbaarheid
Die weerbaarheid vraagt om gedegen en nauwe samenwerking tussen bedrijf en overheid, lees veiligheidsregio. Gezamenlijk oefenen is noodzakelijk om elkaars taken, processen en werkwijzen te leren kennen en goed op elkaar ingespeeld te raken. Ik hoop dat bedrijfsleven en veiligheidsregio’s iedere kans aangrijpen om gezamenlijk te oefenen, zodat zij in een acute noodsituatie feilloos weten wat zij aan elkaar hebben en zo gezamenlijk de weerbaarheid van de samenleving dienen.
