Per 1 juli 2026 zijn de regels voor het raadplegen van werknemers over gezond en veilig werken aangepast. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor een goed arbobeleid en een goed georganiseerde bedrijfshulpverlening (bhv), maar het betrekken van werknemers bij de inrichting van de bhv-organisatie krijgt een nadrukkelijkere plek.
Voor de meeste organisaties verandert er in de dagelijkse uitvoering van de bhv weinig. Wel is het belangrijk om werknemers actief mee te laten denken over de inrichting van de bhv-organisatie. Zij weten vaak als geen ander welke risico’s zich op de werkvloer voordoen en welke ondersteuning nodig is tijdens een incident.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan vragen als:
- Is het aantal bhv’ers voldoende?
- Zijn alle afdelingen en locaties voldoende vertegenwoordigd?
- Sluit de bhv-organisatie aan op de risico’s uit de RI&E?
- Zijn opleidingen, oefeningen en scenario’s nog passend bij de actuele risico’s?
Een goed moment om de bhv-organisatie te evalueren
De gewijzigde regels vormen een goed moment om de bhv-organisatie opnieuw tegen het licht te houden. Door medewerkers te betrekken bij de evaluatie ontstaat niet alleen meer draagvlak. Ook kan de bedrijfshulpverlening daardoor beter aansluiten op de dagelijkse praktijk. Voor bhv-coördinatoren, preventiemedewerkers en werkgevers is dit een goed moment om overleg over de bhv een meer structurele plek te geven binnen het arbobeleid. Het is daarbij verstandig om de uitkomsten van deze gesprekken vast te leggen, zodat aantoonbaar is dat werknemers zijn geraadpleegd.

