BHV als veiligheidsmotor: drie mythes ontkracht

 

Zelfredzaamheid van burgers is een ontwikkeling die bij de overheid en professionele hulpdiensten hoog op de agenda staat. De reden? Mensen voorkomen problemen en dragen bij aan hun eigen veiligheid. Veiligheid is daarbij dus niet iets wat exclusief op het bordje ligt van de overheid, werkgevers of hulpverleners: ‘veiligheid is van ons allemaal’.

NIBHV heeft met Crisislab onderzocht hoe bedrijven en hulpverleningsdiensten omgaan met zelfredzaamheid. Hoewel iedereen uitgaat van de eigen rol van de burger, zien alle betrokkenen ook een belangrijke rol voor de bedrijfshulpverlening. De NIBHV-publicatie ‘BHV als veiligheidsmotor’ presenteert een visie op zelfredzaamheid en bedrijfshulpverlening binnen de zorg. Het document beschrijft hoe de BHV kan bijdragen aan het vergroten van zelfredzaamheid en wat er voor nodig is om dit te faciliteren. Dat begint bij het doorprikken van drie mythes

 

De drie mythen

Mensen willen het liefst zelfstandig zijn. Ze willen niet voor alles hulp vragen, maar de problemen die ze tegenkomen zelf oplossen. Ook als het de eigen veiligheid betreft: ze helpen graag om veiligheidsproblemen te voorkomen en te beperken. Hoewel dit de kern van zelfredzaamheid is, is hier in beleid weinig aandacht aan besteed. Het werd onderschat. Deze onderschatting was gebaseerd op drie mythen: paniek, passiviteit en egoïsme.

Mythe 1: mensen raken in paniek

Niet alleen professionals, maar ook de nieuwsmedia verwachten vaak dat burgers tijdens een grootschalig incident in paniek raken. Uit de praktijk blijkt echter dat paniek een uitzondering is en niet de regel. Mensen schrikken meestal wel van een noodsituatie. Na de eerste schrik zullen de meeste mensen naar mogelijkheden zoeken om zichzelf en anderen te helpen. Dit wil overigens niet zeggen dat mensen gevaar altijd goed inschatten. Tijdens een brand in voetbalstadion Euroborg in 2008, beseften de aanwezigen veel te laat dat het gevaarlijk was. Pas toen het echt heet was en er bijna sprake was van een ‘fatale omgevingsconditie’, vluchtten de supporters. Er vielen, mede door het adequate optreden van BHV’ers, slechts enkele gewonden. Zelfs als ervan wordt uitgegaan dat mensen zelfredzaam zijn, blijft er dus nog steeds behoefte aan de inzet van hulpverleners.

Mythe 2: mensen zijn afhankelijk en passief

Als hulpverleners met ‘buitenstaanders’ oefenen, zijn dat vaak afhankelijke, passieve slachtoffers. In de praktijk komt dit type slachtoffer echter niet vaak voor. Mensen die direct betrokken zijn bij een noodsituatie of calamiteit, zelfs de (zwaar)gewonden, zijn meestal actief. Dit geldt ook voor mensen met een beperking. Als mensen zich in ‘normale’ omstandigheden kunnen verplaatsen, dan kunnen ze dat in principe ook tijdens een noodsituatie.
In veel instellingen wordt deze vorm van zelfredzaamheid echter ontmoedigd. DE NIBHV-visie heeft als doel dit soort ontmoediging om te draaien en de zelfredzaamheid van de betrokkenen zoveel mogelijk te benutten.

Mythe 3: mensen zijn egoïstisch en helpen elkaar niet

Hulpverleners leren dat zij rekening moeten houden met slecht gedrag van omstanders. Dat is terecht. Omstanders helpen mensen in nood niet altijd. Soms gedragen omstanders zich agressief tegenover hulpverleners of maken zij misbruik van de situatie. Hulpverleners leren echter niets over goed gedrag van omstanders. Dat is niet terecht. Mensen zijn immers ook behulpzaam en toeschietelijk. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de brand bij ‘Geinsche Hof’, een verpleeghuis met sterk verminderd zelfredzame cliënten in Nieuwegein. De toevallig aanwezige bouwvakkers en betrokken buurtbewoners hielpen volop mee bij de ontruiming.

In de visie ‘BHV als veiligheidsmotor’ staan allerlei tips die helpen om de zorg, hulpverleners en beleidsmakers te leren hoe zij met behulpzaam gedrag kunnen omgaan. De publicatie vind je hier.

 

Deel dit artikel

Meer weten? Neem dan nu contact met ons op: